In 2007 is de uitstroom van expatriates iets gedaald. De daling in instroom geeft een ietwat vertekend beeld: begin 2008 zullen expatriates starten op vacatures die in 2007 zijn ontstaan. Het percentage in- en uitstroom (respectievelijk 30% en 45%) is belangrijk omdat ze een indruk geven van de stabiliteit van de aanwezige staf. Nog steeds ligt dat percentage te hoog, hoewel de gemiddelde verblijftijd gestegen is (naar 2,4 jaren), wat volgens de doelstelling is. Wel zijn er verschillen tussen landen. In Oeganda blijft de staf aanzienlijk langer dan bijvoorbeeld in Afghanistan of DR Congo, wat te maken heeft met de lokale veiligheidssituatie.
Lokale medewerkers naar senior posities
Het wervingsbeleid om het aantal nationale stafmedewerkers op senior posities te verhogen, is voortgezet. Dat is goed voor de duurzaamheid van de projecten, er zijn minder expatriates nodig en het verbetert het perspectief van de lokale medewerker. De kwaliteit van onze programma's moet gewaarborgd worden, maar dat kan alleen met gekwalificeerde mensen. Hieraan kunnen lokale medewerkers niet altijd voldoen. In 2007 is het percentage nationale staf op senior posities gelijk gebleven op 23%.
Landendirecteuren
Voor de continuïteit van een programma is het beter als landendirecteuren (en andere expatriates en senior medewerkers) lang op hun positie blijven. Landendirecteuren hebben aangegeven dat een goede balans tussen werk en privé, een goede loopbaanontwikkeling en voldoende financiële waardering belangrijk zijn. Deze punten zijn meegenomen in de Arbeidsvoorwaarden voor 2008 en in 2007 is beleid voor opleiding geïmplementeerd.
Nieuw contract en functiewaardering
Voor medewerkers die structureel zowel in programmalanden als op hoofdkantoor werken, is een nieuw contract ontwikkeld. Voor het veld is in 2007 een functiewaarderingssysteem ontwikkeld, hiermee kan elk programmaland haar eigen functiewaardering toepassen. Ook is het aangepaste beoordelingssysteem voor senior posities ingevoerd.
Handboek
De managers van de meeste programmalanden met eigen nationale staf zijn getraind in supervisie en zijn ingeleid in het gebruik van de 'Manual for HRM for National Staff'. Eind 2007 hebben vertegenwoordigers van programmalanden en de HR-afdeling tijdens een werkweek dit handboek bediscussieerd en doorontwikkeld. In het eerste kwartaal 2008 wordt de nieuwste versie verwacht. Personeelsgegevens en HR-werkprocessen (zoals internationale werving) zijn gedeeltelijk in het nieuwe Management Informatie Systeem ingevoerd. Dit proces krijgt in 2008 vervolg.