Hulpverleningsprogramma's


Kinderen, jongeren en volwassenen bereikt in 2006 en 2007 en activiteiten in 2007

Kinderen, jongeren en volwassenen bereikt in 2006 en 2007 


 Door War Child bereikte kinderen, jongeren en volwassenen en uitgevoerde activiteiten per land in 2006 en 2007

In 2007 heeft War Child in totaal ruim 850.000 kinderen en 130.000 volwassenen (ouders, verzorgers, leerkrachten en sociaal werkers) bereikt in 11 landen. De uitgaven aan hulpverlening waren dit jaar € 6,9 miljoen, daarvan werd € 4,7 miljoen besteed via eigen programma's en € 1,4 miljoen via partnerorganisaties. Aan voorbereiding en coördinatie vanuit Nederland is € 700.000 uitgegeven, aan voorlichting en bewustmaking € 770.000. Algemene projectkosten (onder andere audits en kennisuitwisseling) bedroegen € 297.000 (ook zonder uitvoeringskosten).

Verschil tussen 2006 en 2007
De programma's in onze projectlanden laten een groei zien ten opzichte van 2006, zowel in uitgevoerde activiteiten als in aantal bereikte mensen. De uitgaven zijn echter zo goed als gelijk gebleven. Daaruit kunnen we concluderen dat we efficiënter zijn gaan werken. Daarbij moeten drie kanttekeningen geplaatst worden:

  • Er zijn aanzienlijke verschillen tussen programma's zowel qua uitgaven als qua aantallen bereikte kinderen. Dit heeft te maken met de intensiteit van de programma's. Een grootschalige play day in Oeganda voor honderden kinderen is onvergelijkbaar met een herintegratieprogramma voor een kleine groep voormalig kindsoldaten in Colombia. Ook lokale omstandigheden zijn van invloed. In Soedan zijn de kosten van het leveren van de hulp relatief hoog, ondermeer door grote afstanden tussen de steden, slechte infrastructuur en het klimaat.
  • Omdat fondsen in 2007 meer lokaal werden geworven (bij institutionele donoren), werd de uitvoering van projecten meer afhankelijk van de goedkeuring door die donoren. De vertraging in de goedkeuring heeft geleid tot vertragingen in de uitvoering en dus uitgaven.
  • De grote categorie 'overige activiteiten' is het gevolg van nieuwe activiteiten die opgepakt worden, maar niet in de classificering in de rapportage passen. Voorbeelden daarvan zijn: activiteiten die georganiseerd worden in door War Child geïntroduceerde kindvriendelijke ruimten in Oeganda, waar grote aantallen kinderen op af komen. In Afghanistan zijn aan veel kinderen onderwijs- en speelmaterialen uitgereikt. Al deze activiteiten zijn niet te rapporteren onder de typen activiteiten opgenomen in het schema, dus zijn toegevoegd aan 'overig'. Dat verklaart het aanzienlijke aandeel van deze categorie.

In de loop van 2007 is er voor alle projectlanden een meerjarige strategie uitgewerkt. Zo zijn de programma's in een duidelijkere tijdslijn komen te staan en zal planning verbeteren. Het geeft ook aanleiding tot heroverweging van de meerjarige, organisatiebrede strategie die geldig is tot 2010. De revisie is gepland in 2008.

Versterking
Net als in 2006 is weer ingezet op het uitbreiden en versterken van bestaande programma's waar nog veel meer behoefte was aan de hulp die War Child biedt. De kantoren en teams in de landen worden zo beter benut. Toch heeft War Child haar portfolio van programmalanden onder de loep genomen. Het aantal programmagebieden nam verder af met de beëindiging van het programma in Kosovo

Dankzij de steeds toenemende financiële steun aan War Child, kunnen we verder groeien. Dat moet ook, want er zijn nog veel conflictgebieden waar we niet werken. Daarom is in 2007 een analyse gemaakt naar nieuwe conflictgebieden waar War Child zou kunnen starten in 2008. In die analyse hebben onder meer gekeken naar: 

  • De spreiding van programma's in verschillende regio's en conflictgebieden 
  • De balans in veiligheid en stabiliteitsrisico's in portefeuille
  • De benutting van bestaande programmakantoren


Decentralisatie

In 2007 zijn voorbereidingen getroffen voor decentralisatie van beslissingsverantwoordelijkheid van projecten naar veldkantoren. Dit is gewenst om hulpprojecten zo veel mogelijk dichtbij en samen met de doelgroep te bepalen en flexibel te kunnen reageren om veranderingen.
Decentralisatie vraagt om een heldere organisatie brede missie, beleid en doelstellingen, duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, regelmatige prestatiemeeting en -beoordeling van de veldkantoren en programma's, administratieve systemen en capaciteit van medewerkers.

De ondersteunende rol van het 'programmateam' in Amsterdam is verder uitgewerkt met de nadruk op advisering aan lijnmanagement en versterking van de capaciteit van veldorganisaties. In 2007 werden teams in het veld en het lijnmanagement ondersteund op de terreinen personeelszaken, veiligheid, ICT, financiën en administratie, institutionele en lokale fondswerving, Planning, Monitoring & Evaluatie (PM&E) en programmaontwikkeling en methodologie.

Terug naar boven